vrijdag 7 juni 2019

Gesprekje tijdens de lunch

Waar:        Buitenkunst Randmeer. Terras.
Wanneer:  Hemelvaartweekend 2019. Lunchpauze
Wie:          Karina (24 jr), Margreet (63 jr)



M:          Is deze plaats vrij?

K:          Ja.

M:         Vind je het goed als ik erbij kom zitten?

K:         Natuurlijk, mevrouw.

M:        Zeg maar Margreet, hoor! Hoewel ik eigenlijk Margaretha heet, maar mensen vinden dat vaak  ingewikkeld, dus stel ik me tegenwoordig voor als Margreet. En jouw naam is? 
          
K:         Karina.

Stilte. Beide vrouwen eten.

M:          Wat heb jij vandaag gedaan, Karina?

K:            ………. (heeft haar mond vol, kan niets zeggen)

M:       Ik vond het zo lastig om te kiezen vanmorgen. Ik zat niet zo handig, helemaal aan de zijkant, en Arthur praat altijd zo onduidelijk. Ze moeten die man eigenlijk een microfoon geven.
Maar goed, uiteindelijk ben ik bij fotografie gegaan en heb ik de hele ochtend foto's van voeten van mensen gemaakt. Nou ja, niet de hele ochtend. Ik ben nog even naar onze camper geweest om te rusten, want ik had vannacht niet zo goed geslapen door al die verkeersgeluiden. Had jij daar ook zo’n last van?

K:        Verkeersgeluiden? Waar staat u dan?

M:       Zeg maar jij, hoor! Veld A. Toen wij, mijn vriendin en ik, hier aankwamen, was echt alles vol. Wij konden niet vroeg komen, want met Hemelvaart lunchen we altijd met de vrouwengroep. Heel fijn. Behalve dan dat deze keer het aanbod glutenvrij nogal tegenviel.
Wat heb jij gedaan?

K:        Dans.

M:       Dat deed ik vroeger ook vaa!  Ja, ik kom hier al heel lang, toen was jij nog niet eens geboren! (lacht heel hard) Helaas kan ik niet meer dansen, vanwege mijn knieën. 
Ik vind het aanbod trouwens niet meer zo interessant tegenwoordig. Eigenlijk ben ik meer een Drenthe-mens. Maar goed, daar ging ik altijd met mijn man heen. M’n ex.

Stilte. Beide vrouwen eten.

M:       Jij hebt een broodje zalm-roomkaas toch? Zó lekker, maar ik mag geen vis meer eten. Vanwege mijn dieet. Ik hóór je denken, waarom is zo’n slanke vrouw op dieet?
Het is niet om af te vallen. Ik heb een zeldzame maagaandoening.

K:        Vervelend.

M:       Dat valt reuze mee. Zolang ik geen vis eet én zeker geen rode vruchten én vooral slechts doorgekookt water drink, is er goed mee te leven. Gelukkig heeft mijn vriendin, de schat, een grote waterkoker voor me meegenomen dit weekend, dan hoeft ik niet steeds met die pannetjes in de weer.
Ik wéét dat dat niet mag. Maar al die overbodige regeltjes tegenwoordig, daar hoef je je echt niet zoveel van aan te trekken. De elektriciteit in de wc- en douchehokken ís er gewoon, dus één waterkokertje meer of minder…
Wat ík dan weer lastig vind, zijn die kinderen die overal spelen. De ballen vliegen je hier om de oren!! Weet je dat de kinderen hier vroeger vooral met diabolo’s in de weer waren? Zó creatief en goed voor het ruimtelijk inzicht.
Maar goed. Ik ben wél blij dat ze hier paal en perk stellen aan dat gefilm en gefotografeer met die mobieltjes. Hoewel ik het dan apart vind, dat er vandaag zo’n zogenaamd professionele fotografe rondloopt. Dát mag dan weer wel.

Stilte

M:       Ik ga naar mijn camper. Na zo’n intensief gesprek moet ik altijd even tot mezelf komen.
Veel plezier met je workshop vanmiddag. Theater, was het toch?

M loopt weg

K:            …..

donderdag 14 april 2016

Goede doelen

Goh, dacht ik, dat is handig. Eenmalig doneren aan een goed doel met een sms. Sinds de goede doelen nauwelijks meer aan de deur komen in de vorm van wat oudere vriendelijke collectantes met bijbehorende collectebus, maar er goedgebekte, vaak behoorlijk aantrekkelijke jongemannen hun lekkere best doen om je in de deuropening tot een maandelijkse betaling te verleiden, leek zo’n simpele eenmalige sms me een prima alternatief.
Leek. Dus.

Want wat gebeurt er enige tijd na het sturen van zo’n sms? Je mobiel rinkelt (vul hier je geluid naar keuze in, de mijne rinkelt). “Onbekend nummer” verschijnt in je scherm. Je neemt op, want zou je huisarts misschien bellen met de uitslag van een bloedonderzoek? Of belt de Postcodeloterij of je een zekere avond thuis wil zijn, vanwege een verrassend bezoek van Gaston? Iets anders kan het niet zijn, want je hebt je natuurlijk al lang aangemeld bij het BelMeNiet-Register.

Je neemt dus op.

Hallo, met Jet.
-       Goedemiddag, met Irene van (vul hier een goed doel naar keuze in). Fijn dat ik u tref. Spreek ik met mevrouw H…..
Ik begrijp niet waarom u mij belt want ik sta aangemeld bij het BelMeNiet-Register.
-       Dat zal ik u uitleggen, mevrouw. U hebt onlangs een donatie via sms gedaan, waarvoor we u natuurlijk zeer dankbaar zijn en daarom mogen wij nu gebruik maken van uw telefoonnummer. U bent namelijk een tijdelijke financiële relatie met ons aangegaan. Dus, wat ik u wil vragen….
Klik. Tuut.. tuut.. tuut.

Het laatste zinnetje is niet waar. Ik ben namelijk veel te braaf om dat te doen.
Ik heb me zelfs nog verontschuldigd voor mijn bitse reactie (die in plaats van de Klik. Tuut..tuut..tuut kwam), omdat het natuurlijk niet háár schuld is .. blablabla.


Maar goed. Einde sms-en aan goede doelen. Kan er binnenkort weer een wat oudere vriendelijke collectante met bijbehorende collectebus aan de deur komen? 

zaterdag 13 februari 2016

Als “Bij wijze van spreken” niet bestaat

Gehoord in de supermarkt:
“Lieverd, dat is andijvie voor een weeshuis”
Mag die andijvie alleen gekocht worden door mensen die een weeshuis beheren?

Tijdens het oefenen van een polonaise op Buitenkunst (tsja, dit klinkt sowieso al vreemd) zei de docente tegen een jongeman:
“Jij bent de hekkensluiter”
Vertwijfeld vroeg deze jongen aan mensen om zich heen of hij dan moest spelen dat er een hek was of dat deze tijdens de voorstelling er ook echt zou zijn.

“Je mag me altijd bellen”
zei de vrijwilligster liefdevol tegen haar maatje van Vriendendienst.
En dat deed hij. Vaak en veel en op ongemakkelijke tijdstippen.
Het gesprek dat ik met hen voerde om dit weer recht te trekken duurde lang.

En dan deze.
“Ik kan niet zonder jou”
Wat betekent dat? 
Als ik wegloop, hou je dan op met ademhalen? Stopt je hart met kloppen?
Val je dan spontaan dood neer?


zondag 24 januari 2016

...


Als kind hoorde ik over de Jodenvervolging. Over concentratiekampen, davidsterren, gaskamers. Naast weerzin tegen het idee dat een bevolkingsgroep werd buitengesloten en vermoord, was er ook altijd weer verbazing. Verbazing over die tijd, waarin dat kon gebeuren. Opluchting ook, omdat ik niet in die tijd had geleefd, had hoeven leven, want hoe verschrikkelijk moet het zijn om van zoiets weerzinwekkends getuige te zijn. Het leek me zo’n angstaanjagend idee om in je eigen omgeving te zien dat mensen zich ontpopten tot haters en vervolgers. Mensen die je kent. Dat zou mij gelukkig nooit gebeuren.

Ik ben nu 50 jaar. Einde opluchting.

zondag 6 september 2015

Trots


Het mag wel eens hardop gezegd worden: ik ben trots op mijn zoon.
Zo, dat is eruit. Op FaceBook komen regelmatig zoet(sappig)e plaatjes voorbij met teksten als: “Deel dit als je trots bent op/veel houdt van je zoon/dochter” (doorhalen wat niet van toepassing is). Dat doe ik niet, delen dus, want ik vind dat soort plaatjes over het algemeen niet zo prettig. Als er al geen spelfouten in staan, roept het bij mij toch de vraag op of ik een slechte moeder ben als ik dat niet deel.
Ik hou niet van emotionele chantage.

Maar goed, ik ben trots op mijn zoon.
School, leren en opleiding zijn tussen moeder (ik) en zoon (Harro) de afgelopen jaren regelmatig onderwerp van discussie geweest. Harro houdt niet zo van leren en had ook geen idee wat hij nou precies verder wilde in het leven, dus de motivatie was ook ver te zoeken. Maar die tijd ligt gelukkig achter ons.

Want Harro heeft een doel. Een doel verbonden met zijn passie.
Zijn passie voor voetbal mag bekend verondersteld worden voor eenieder die hem ook maar één keertje ontmoet heeft. Hij weet een gesprek over, noem maar iets, het vluchtelingenprobleem, binnen luttele seconden zo te draaien dat het over voetbal gaat. Echt, je knippert met je ogen, let heel even niet op, en je denkt: “Huh? We hadden het toch over ...(vul hier een willekeurig onderwerp in, behalve voetbal)?”

Nou kan hij best een leuk partijtje voetbal spelen, hoor. Heus wel.
Het zou natuurlijk heel fijn zijn als hij een Groot Talent was. Zeker qua financiële vooruitzichten. Maar dat zit er helaas niet in. Sorry Har, de waarheid is meedogenloos.
Waar hij wel heel goed in is, is alles - en dan bedoel ik ook alles -  weten over voetbal, voetballers, wedstrijden, competities, en hier houdt dan mijn kennis over voetbal en wat je er allemaal over kan weten op.
Maar goed, alles dus. En dan kan hij ook nog een fijn stukkie schrijven. 

Doel gevonden. Harro wil (sport-)journalist worden. De weg ernaartoe heeft natuurlijk nog wel wat hobbels maar met zo’n motivatie en drive gaat hem zeker lukken. Sterker nog, hij is al behoorlijk aan de weg aan het timmeren. En dat is nou precies waar ik zo trots op ben.
Kijk af en toe (of liever heel vaak) eens op www.voetbalblog.nl en lees zijn artikelen.

Dat hij wat extra centjes krijgt als zijn verhalen gelezen worden is alleen maar mooi meegenomen.

woensdag 2 september 2015

woensdag 27 mei 2015

Zelfkritiek


De vrouw staat op het gras.
De vrouw? De vrouw? Is het niet laf om te doen alsof dit niet over mij gaat?
Ik kan de vrouw natuurlijk ook gewoon een naam geven. Anne-Claire. Of Mirjam. Maar ja, bij namen krijg ik meteen bepaalde types in mijn hoofd en die lijken niet op de vrouw. Op mij dus.

Ze dribbelt.
Raar woord. Is dat niet eigenlijk een basketbalterm? Snappen de lezers (of toehoorders) wel wat de vrouw (ik) staat (sta) te doen? Ik zou natuurlijk kunnen uitleggen dat het zich afspeelt tijdens een warming-up voor een schrijfworkshop op Buitenkunst. Maar hoe moet dat dan voor de lezers (toehoorders) die niet weten wat Buitenkunst is? Onzin Jet! Je bént hier op Buitenkunst. Je hoeft echt aan niemand uit te leggen wat Buitenkunst is.

Linkervoet, rechtervoet, linkervoet, rechtervoet.
Pfff. Lijkt wel of dit uit Sesamstraat komt. Nou ja. Verder schrijven maar..

Ze dribbelt nergens heen.
Is het wel nergens “heen”? Of is nergens “naartoe” beter?

Niet vooruit, niet achteruit, de vrouw blijft gewoon op één plaats.
Hallo! Denk je soms dat je lezers (toehoorders) achterlijk zijn? Dat je wel heel dui-de-lijk-moet-uit-leg-gen wat nergens heen (of nergens naartoe) betekent?
Ik zou wat kunnen schrappen natuurlijk. ‘Kill your darlings’ heet dat. Maar dan zou het wel een ‘darling’ moeten zijn en zo briljant is dat zinnetje nou ook weer niet.

Haar billen schudden mee op het ritme.
Wat is eigenlijk de verleden tijd van schudden? Schudden? En hoeveel d’s heeft dat dan?

Haar borsten schudden mee op het ritme.
Schudden borsten eigenlijk? Is dat niet deinen? Of hobbelen?
Nee. Schudden. Als de billen schudden, schudden de borsten ook. Klinkt beter.

Haar buiken schudden mee op het ritme.
Deze moet ik echt even uitleggen. Omdat er al twee keer schudden staat (en bovendien met een woord met een B ervoor, maar dat terzijde), vind ik het lelijk om dan ineens schudt te zeggen, als in “haar buik schudt mee op het ritme”. Dus nam ik de dichterlijke vrijheid om er “haar buiken schudden” van te maken. Geintje van de schrijfster, van mij dus. En bovendien ben ik geen 20 meer, dus helemaal onwaar is het ook niet.

“Het is tijd voor een nieuwe BH”
Is het BH? Of beha? De lezer ziet dat verschil. Maar de toehoorder hóórt het niet.
Trouwens hoort de toehoorder ook niet dat deze laatste en dus zeer belangrijke zin tussen aanhalingstekens staat, wat betekent dat dit een gedachte van de vrouw (van mij dus) is. En in werkelijkheid heb ik die gedachte vervolgens zonder erbij na te denken hardop uitgesproken. Waarop Jikke (dat is Ikke met een J) die naast mij stond te dribbelen, zei dat dát een goed onderwerp voor de schrijfworkshop zou zijn. Met dank aan Jikke dus. Die overigens haar eerste kindje verwacht. Wat hier dan weer helemaal niets mee te maken heeft. Behalve dan misschien dat zij de beeldspraak van de buiken niet snapte. Wat dan weer komt doordat zij nog nooit bevallen is.

 

 

zaterdag 13 december 2014

Binnenkort (niet meer) in dit “theater”

Vrijdagavond, naar het theater. Een spetterende, gelauwerde voorstelling van een ambitieuze amateurvereniging in Den Haag. Zij spelen in het “theater” dat ooit bedoeld is geweest voor alle verenigingen in de stad. De meeste van deze verenigingen hebben de afgelopen jaren dit “theater” de rug toegekeerd en hebben hun heil elders gezocht. Deze (relatief) nieuwe vereniging niet.

We komen binnen. Rechts is de bar en boven die bar hangt een groot bord, waarop met grote letters ‘Kassa & Kaarten’ staat. Een stel, niet bekend in dit “theater”, loopt naar de jongedame achter de bar en vraagt naar hun reservering. De jongedame reageert met een geërgerde blik dat ze niet bij haar maar dáár (wijst onverschillig naar een tafeltje in de foyer) moeten zijn. Op hun vraag waarom dat bord boven de bar er dan hangt, is het zuchtende antwoord dat het vanavond geen ‘eigen productie’ is. Het stel vervoegt zich vervolgens in lichte verwarring naar de tafel waar de kaartverkoop plaatsvindt.

Voor de voorstelling. De jongedame achter de bar neemt een microfoon in de hand en vertelt het publiek wat er van hen verwacht wordt.
Of eigenlijk, vooral wat er niet verwacht wordt. Wat verboden is.
Wat niet mag in dit “theater”.
Niet fotograferen, niet telefoneren, niet weggaan om te plassen want dan mag je niet meer terug de zaal in. Op zich allemaal logische en begrijpelijke mores in een theater.
De monotone manier waarop de jongedame achter de bar het verhaal brengt, roept nogal wat reacties op. De vraag of er nog wel gelachen of geapplaudisseerd mag worden, hangt in de hele foyer in de lucht.

Na de voorstelling. Enthousiaste reacties, felicitaties aan spelers en regisseur klinken overal. Fijne sfeer. Wijn, bier en frisdrank vinden gretig aftrek bij de bar.
Er heerst dan ook verbazing onder de nog in groten getale aanwezige gasten als de jongedame achter de bar laatste ronde aankondigt.
Dat doet de jongedame overigens persoonlijk. Niet vanachter de bar, maar ze gaat langs bij diverse groepjes om haar boodschap te brengen. De vriendin waarmee ik op dat moment sta te praten, vraagt aan de jongedame waarom de bar op dit relatief vroege tijdstip wordt gesloten.
“Dit is een jeugdtheaterschool, geen bar” is het bitse antwoord.
Er ontstaat een kleine, wat onaangename discussie over waar we nou precies zijn, want wij waren toch in de veronderstelling dat we door de vereniging in een theater waren genodigd.
De jongedame blijft bij haar standpunt. “Dit is een jeugdtheaterschool”.
Dat was haar oordeel en daar hadden we het mee te doen.

Terwijl ik mijn laatste ronde nuttig, sta ik met anderen te praten en ik vertel hen dat ik me helaas nog altijd niet welkom voel in dit “theater”. Terwijl ik sta uit te leggen wat er is voorgevallen, staat plotseling de jongedame achter de bar naast me.
Of ik nog wat te drinken wil bestellen. Huh? De bar was toch dicht?
 “Ja, maar dat vond u toch zo vervelend? En dan nog wat, vindt u het nodig om hier aan deze mensen te vertellen over het gesprek dat wij zojuist hebben gehad? Waarom vertelt u dat aan deze mensen?”  Ze kijkt me dwingend aan. Blijft staan. Wacht op een antwoord.

Verbijsterd. Stupéfait. Flabbergasted.
Als ik meer talen sprak, zou ik meer woorden kunnen vinden. 

Het verhaal eindigt hier. Ik heb geen woorden meer, in welke taal dan ook, voor de bejegening die ik als bezoeker van een voorstelling heb ervaren in dit “theater”.
En dan heb ik het nog niet eens over de tijd dat ik daar met mijn vereniging mocht spelen.
Maar goed, het is dus blijkbaar geen theater.
Het is een jeugdtheaterschool.




vrijdag 24 oktober 2014

Mijn Paarse Krokodil

Stel, je koopt een jas.
De volgende dag zie je op internet dat jouw nieuwe jas op de website van het desbetreffende merk wordt aangeboden voor de helft van de prijs.
De dag dat je de jas kocht, viel midden in de periode van de 'Mid-season Sale'.

Wat doe je dan?
Je checkt en checkt en checkt of het echt wel dezelfde jas is.
En of de aanbieding niet alleen op internet geldt, maar ook in de winkel.
Dat is het geval. Alles klopt. Of liever, klopt toch niet.
De jas klopt wel, het merk klopt wel, de aanbieding klopt wel, maar de prijs die je er gister voor hebt betaald klopt niet.

Wat doe je dan?
Dan ga je terug naar de winkel. Met de jas (aan) en de bon en de afgeknipte maar gelukkig niet weggegooide labeltjes van de jas (in je hand).
En je legt de verkoopster uit wat er niet klopt. De prijs, namelijk.

Dan is dat dus vast een andere jas.” verzucht de verkoopster.
Nee, het is dezelfde jas.” reageer je vriendelijk maar beslist.
Dat kan niet.”
Het is echt dezelfde jas. Heeft u hier de folder van jullie 'Mid-season Sale'?”
Nee.” (...)
Dan zoek ik het wel even op internet.”

Op je I-Phone laat je de verkoopster de website van haar werkgever zien met de afbeelding van de jas. 
Met daaronder de van/voor aanbieding.
Exact dezelfde jas die je aan hebt en die je gister in deze winkel hebt gekocht.
Waar je (ongeveer) twee keer zoveel voor hebt betaald dan op de website staat.

Het is even stil.
Dat kan niet kloppen. Heeft u de labeltjes nog? Voor het codenummer.”
Je overhandigt de labeltjes.
Verkoopster toetst op een computerinformatiesysteem het codenummer van je jas in. Vergelijkt deze vervolgens met het codenummer van de aanbieding op de website.

Het is dus wel een ander codenummer.”
Ja, dat kan wel zo zijn. Maar het is dezelfde jas.”
Mevrouw, als het een ander codenummer is, is het een andere jas.”
Maar u ziet toch ook zelf dat het precies dezelfde jas is?”
Als het een ander codenummer is, is het niet dezelfde jas. Ander codenummer, andere jas. Niet de jas van de Mid-Season Sale, maar een andere jas.”
Maar het is dezelfde jas.”
Volgens het systeem niet.”

Vul hier de repeterende plaat in.
Jij herhaalt dat het dezelfde jas is.
Verkoopster houdt vol dat het codenummer aangeeft dat het een andere jas is.

Uiteindelijk krijg je, zuchtend en zonder enig begrip, gelijk. 
Nou ja, je krijgt in ieder geval (ongeveer) de helft van het betaalde bedrag terug.
Maar je kan helemaal niets doen aan het feit dat de verkoopster van deze Esprit-winkel in Den Haag vanavond aan tafel aan haar gezin vertelt dat ze een hele lastige klant had vandaag.


De Paarse Krokodil is een commercial (2005) van een verzekeringsmaatschappij 
https://www.youtube.com/watch?v=mJipJwDPJ-g




donderdag 14 augustus 2014

STRAKS VAL IK

De trap op. Ik zie alleen maar de natte blauwe broek van de jongeman voor mij.
Stapje voor stapje bereik ik het hoogste punt.
Mijn beurt.
De smalle plank lijkt eindeloos. Mijn benen trillen en mijn hart klopt in mijn keel.

Ik sta.
Ik verkramp.
Geen idee waarom ik hier sta.
Of hoe lang ik hier sta.
Ik wil terug.
Durf al helemaal niet terug.

Straks val ik.
Straks val ik.
Straks val ik.
Straks val ik.

Wacht.
Dat is de bedoeling.
Dat ik val.
Dat ik hier vanaf val.
Dat ik hier vanaf…..spring?!?

Ik verdwijn onder water. Kom weer boven.
Dit was de eerste en de laatste keer dat ik ooit van een hoge duikplank sprong.


donderdag 7 augustus 2014

Spijt

Daar kom je aangelopen. Flesje wijn, olijven en andere lekkernijen in je tas. Jurkje aan, opgemaakt. 
Je hebt er duidelijk zin in. Laatste avond Buitenkunst, altijd gezellig, toch?

Je nadert onze tafel. Onze tafel. De tafel van de dansgroep. Dat hebben wij namelijk zo afgesproken. Met z'n allen aan een grote tafel. Geen buitenstaanders.
Huh?!? Wat?!? Geen buitenstaanders?
Dat bestaat hier toch niet? Toch niet op mijn favoriete vakantieplek?

Ik zwijg. Ik weet niet waarom. Maar ik zwijg.
Zwijgend sta ik toe dat jij niet aan onze tafel mag komen zitten.
Zwijgend zie ik je weglopen.
Zwijgend voel ik je teleurstelling, je verdriet.
Zwijgend draai ik me weer om en vier de laatste avond van de vakantie.

De volgende ochtend loop ik naar je tent. De gele plek op het veld vertelt me dat ik te laat ben.
Te laat voor een kus en een knuffel. Te laat om sorry te zeggen.

Het spijt me, lieve Claire. Het spijt me nog steeds.  

donderdag 31 juli 2014

Doornroosje

Liefste Prins,

Waarom anders? Hoezo anders? Jij zegt andere herinneringen te hebben. Maar dat kan je helemaal niet weten. Jij bepaalt toch niet wat mijn herinneringen zijn? Het is toch niet aan jou om mijn herinneringen en gevoelens te weten, te vormen, te voelen? Jij denkt in je eigen unieke wereld te leven waarin geen plaats is voor mij. Of voor mijn herinneringen.
Jouw fantasie mag dan grenzeloos zijn, maar ik heb ook recht op mijn eigen wereldbeeld. Toch?

Ik ben moe. Ik ga slapen. Heel lang slapen.
Morgen kom ik terug.
Zullen we dan opnieuw beginnen?
Liefs,

Je Roosje

De hel

Toen jij Christine leerde kennen, was ik blij voor je. Ik zag je voor het eerst sinds mama’s dood weer lachen. Natuurlijk vond ik het ook wel een beetje lastig, iemand anders naast je dan mama, dat weet jij ook. Maar jouw geluk stond, staat, voorop.
Altijd. Voorop. Jouw geluk.
Iedereen weet dat Christine zo’n goed mens is. Ik zie dat ook. Iedere zondag naar de kerk, het vrijwilligerswerk dat ze doet, de zorg voor haar oude tante. Ze waakt over jou als een leeuwin over haar welp en jij doet in haar ogen niets verkeerd. Helemaal niets. Wat een vrouw.
Wat niemand weet is hoe ze mij behandelt. Wat ze tegen mij zegt als niemand het kan horen.
Hoe ze me begluurt en me continu direct en indirect laat weten, laat voelen dat ik alles verkeerd doe.
Alles.

Dat ik van die hoerige kleren draag.
Dat ze niet begrijpt wat me bezielt als ik met vriendinnen naar de sauna ga.
Dat het haar helemaal niet verbaast dat ik nog niet de ‘juiste man’ ben tegen gekomen.
Dat ik teveel zout in de groente doe.
“Naar de hel ga je”, siste ze me gister toe terwijl ik de tafel afruimde. “Naar de hel!”
Ze stond zo dicht bij me dat ik bijna misselijk werd van de geur van de poeder waarmee ze haar gezicht dichtsmeert. De bloedkoraaltjes rinkelden aan hun gouden hangertjes aan haar oorlellen. Ze keek me strak aan met haar kille kippenogen, haar mond in een strakke rode lijn, haar lippen bewogen nauwelijks.

Op dat moment wist ik het ineens. Ze heeft gelijk, papa.
Ik ga.
Naar de hel.

Messenger

Hi. Je zal wel verbaasd zijn om me te zien. Hier.
Maar goed, ik was toch in Toronto, dus ik dacht, ik vlieg meteen even door. Ik was sowieso nog nooit in Vancouver geweest. Wat woon je hier… apart. Dacht altijd dat jij meer van luxe hield. Toch?
Maar goed. Je ziet er goed uit. Wel. In ieder geval beter dan toen je nog met Jan-Willem was. Wat was ik opgelucht toen ik van tante Jane hoorde dat jullie uit elkaar zijn. Dat was toch niets voor jou, zo’n arrogante dominante kwast. Je mocht alleen zijn belangrijke zakenpartners ontvangen en mooi zitten wezen en het personeel aansturen. Trouwens, had jij nou echt geen idee dat hij het had aangelegd met … hoe heette dat kokkinnetje ook alweer? Mimi?
Ik vond het nog best lastig hoor, dat durf ik eerlijk toe te geven, om je daar niet van op de hoogte te brengen. 
Ik vond het niet, mijn plaats, zeg maar. Was bang dat je mij erop zou aankijken.
“Don’t shoot the messenger”, zeggen ze toch altijd? Nou, die messenger wilde ik niet zijn.
Ik weet namelijk hoe goed jij kunt schieten.
……
Maar goed.
Zand erover.
Daar kom ik niet voor.
Dat begrijp jij ook wel.
Ik kom voor het koekoeksklokje.
Als jij dat nou gewoon even pakt en aan mij geeft, hebben we het nergens meer over.
Afgesproken?


Keuzestress

Rustig blijven, Froukje. Zo moeilijk is het niet. Je pakt gewoon een pak wasmiddel en doet die in je karretje.
Color extra fresh? Black Velvet? Poeder? Wasbolletjes? Liquid tabs? Omo? Robijn? Huismerk?
Huismerk. Dat klinkt lekker overzichtelijk. Maar is dat wel goed? Werkt dat wel? Ruikt het wel lekker?
De vrouw naast me kiest… Witte Reus! Zal ik ook Witte Reus? De vrouw heeft rode lippenstift, haar schoenen hebben een klein hakje, ze ziet eruit alsof ze weet wat ze doet. Weet wat ze kiest.
Geen twijfel meer. Ik neem ook Witte Reus. Misschien helpt dat.
Waarom ben ik niet naar Albert Heijn gegaan? Dat is net zo ver fietsen. Bij Albert Heijn komen mensen die hun leven op orde hebben. Bonuskaarten, Airmiles.
Ik pakte mijn fiets uit de berging en ging de straat uit en linksaf. Waarom eigenlijk? Waarom ben ik niet rechtdoor gegaan? Als ik rechtdoor was gegaan, was ik nu bij Albert Heijn geweest. Maar nee, ik moest zo nodig weer linksaf en naar de Jumbo.
Linksaf, rechtsaf, rechtdoor, vooruit, achteruit.
Linksaf, rechtsaf, rechtdoor, vooruit, achteruit.
Linksaf, rechtsaf, rechtdoor, vooruit, achteruit......

Het voelt alsof ik wakker word uit een diepe slaap. Doe mijn ogen open en zie vreemde mensen in witte jassen. En mijn moeder. Ze kijkt naar me. Ze heeft tranen in haar ogen. Ze glimlacht naar me.
Haar mond beweegt. De monden van de vreemde mensen in witte jassen ook.
Er klopt iets niet. Er klopt iets niet.
Het lijkt alsof de televisie aanstaat zonder geluid. Ik zie alles. Maar hoor niets.
Het winkeltje in de dorpsstraat. Van Joop en Nellie. “Goeiemorgen Froukje. Je boodschappen staan al klaar. Nog iets anders nodig? Nee? Zal ik het even voor je opschrijven? Dan betaal je zaterdag toch.”
Geen bonuskaarten, geen airmiles, geen fratsen.



donderdag 16 januari 2014

Roos?

Naar de drogist, antiroosshampoo kopen. Haar kapster heeft het haar aangeraden, nadat ze had verteld over de aanhoudende jeuk op haar hoofd. Gek wordt ze ervan. 's Nachts wordt ze wakker van het gekriebel en haar hoofdhuid begint branderig aan te voelen van het krabben. De kapster constateert dat haar huid er geïrriteerd uitziet en licht schilfert.
De shampoo ruikt prettig, haar haar glanst als nooit tevoren maar de jeuk blijft.
Ze maakt een afspraak bij haar huisarts, die vermoedt dat een kalmerende lotion haar klachten zal doen verdwijnen. Maar helaas. De jeuk blijft.
Volgende stap: naar de dermatoloog. Na grondig onderzoek geeft hij haar een recept mee voor medicatie tegen schimmelinfectie. Een behoorlijk zware kuur, maar de klachten duren nu al zo lang, dat dit zeker geen overbodige luxe is. De arts is ervan overtuigd dat het snel zal helpen, maar zegt haar terug te komen, mocht de jeuk binnen twee weken niet afnemen.
De jeuk blijft. Ze gaat terug.
De dermatoloog kijkt haar indringend aan en vraagt haar of ze misschien last heeft van stress. Wellicht hebben haar klachten een psychische oorzaak?
Stress???!?”, roept ze wanhopig, “Ik heb geen stress!! Ik heb jeuk!! En daar heb ik wel stress van, ja!” Ze stormt de spreekkamer uit.

Die middag zit ze bij vrienden te borrelen in de tuin. “Wat zit je toch aan je hoofd te krabben?” vraagt de man van haar vriendin bezorgd. In tranen vertelt ze haar verhaal. De antiroosshampoo, lotion, medicatie, de mogelijk psychische oorzaak.
Laat mij eens even kijken.” In de namiddagzon gaat hij achter haar staan en bestudeert haar hoofdhuid. “Weet je wat jij nodig hebt? Een stevig middel tegen hoofdluis.”

Een halfjaar later, de kriebelende beestjes op haar hoofd zijn al lang uitgeroeid, heeft ze een afspraak bij de huisarts. Deze vraagt haar hoe het uiteindelijk toch met die vervelende jeuk is afgelopen. De huisarts kan nauwelijks geloven dat zowel zijzelf, als de kapper en ook de dermatoloog de hoofdluis over het hoofd gezien hebben. “Ach, de volgende keer dat ik jeuk op mijn hoofd heb, ga ik wel eerst even bij een luizenmoeder op school langs in plaats van doktoren.”

Bij het weggaan houdt de huisarts haar nog even staande om haar met het schaamrood op de kaken te bekennen dat ze zelf luizenmoeder op de school van haar kinderen is.

woensdag 27 november 2013

Blog-block

Geen inspiratie om te schrijven. Bij alle onderwerpen die ik bedenk komen die gedachtes weer op. De gedachtes die mij er telkens weer van weerhouden om te schrijven.
Is het wel interessant genoeg?
Wie zit er in Godsnaam op te wachten om dit te lezen? Waarom schrijf ik in Godsnaam in Godsnaam met een hoofdletter?
Is het niet stom? En is het niet vooral ontzettend stom om je je op je 48e af te vragen of iets stom is?
Is het onderwerp niet te persoonlijk? Of misschien wel niet persoonlijk genoeg?
'Wel niet' is ook weer zo wat. Kan dat wel? Mag dat wel? En van wie mag dat dan wel of niet?

Er zijn behoorlijk wat wetten en regels in mijn hoofd die mij streng beoordelen tijdens mijn geschrijf. Zo is er de wet “Men zal nooit een schrijfseltje beginnen met het woordje Ik”. Dus schreef ik “Geen inspiratie om te schrijven” als eerste zin van dit verhaal. Terwijl mijn handgeschreven schrijfsel toch duidelijk met “Ik heb” begint.

In de tussentijd is de afdeling Wet- en Regelgeving in mijn hoofd mij bestraffend aan het toespreken dat zinnen en woorden tussen aanhalingstekens niet bepaald een schoolvoorbeeld zijn van een groot schrijftalent.
En wat te denken van de behoefte om hoofdletters te gebruiken her en der? Is dat ook niet Bijzonder Kinderachtig?

Onderhand heb ik nog altijd geen onderwerp. En dat terwijl ik net twitterde (moet dat dan niet met een hoofdletter eigenlijk?) dat ik met mijn blog bezig was. Yeah, right. Klinkt interessanter dan het is, natuurlijk.
Werd nog liefdevol aangespoord om vooral te gaan schrijven. Door mijn twittervriendin. We hebben elkaar nog nooit ontmoet, in het echt dan. Tegelijkertijd eigenlijk toch wel ontmoet. Daarover wilde ik eigenlijk schrijven vanavond.
En toen kwamen die gedachtes weer op.

Of is het gedachten?



woensdag 20 november 2013

Half

De eerste begrafenis waar ik heen ging, was van een jongen van school. Hij was het vriendje van één van mijn vriendinnen. Hij had een ongeluk met zijn brommer gehad.

Tijdens de dienst werd een liedje ten gehore gebracht dat ging over een beginnende liefde. 
Bij de tekst ‘Ik was maar half, maar nu met jou ben ik heel’ durfde ik niet naar mijn vriendin te kijken.

zaterdag 16 november 2013

Augustus 1982

Volgende week moet ik weer naar school. Ik wil naar buiten. Met vriendinnen naar het strand, kletsen, lachen, even de zee in. En naar de stad, heel veel kleren passen en niks kopen. Daarna uren hangen bij de Mac, totdat een medewerker met een papieren mutsje ons vriendelijk verzoekt om óf nog iets te bestellen óf te vertrekken. Om dan met z’n zessen nog één kleine portie friet te bestellen.

Maar ik zit binnen, in een zuur ruikende ziekenhuiskamer. Ik zit op een witte stoel naast het bed waar mijn vader in ligt. Ik luister naar zijn ademhaling. Voor zolang dat nog duurt.
Als hij het maar niet in zijn hoofd haalt op te houden. Op te houden met ademhalen. Op te houden met ademhalen terwijl ik hier zit. Alleen.
Dat vergeef ik hem nooit.

Sorry papa.
Een goede dochter denkt dit niet.
Een goede dochter denkt dingen als “lieve papa, ik vind het zo vreselijk dat je dood gaat” en iets als “ik hou zoveel van je” en “ik ga je zo vreselijk missen”.
En een geweldige dochter zegt dat dan ook hardop.

Maar ik niet. Nu niet. Nu kan ik dat niet. Nog niet.


Ons liedje

De radio staat aan. De eerste tonen van een Nederlandstalige hit zijn te horen.
Nog voordat de zanger “Daar komt mijn schip al aan”  kan inzetten, loopt mijn 4-jarige zoontje naar de radio en zet hem uit.
Dan ga je weer huilen” zegt hij tegen me.
Mijn relatie was net verbroken. Dit was ons liedje.