woensdag 27 mei 2015

Zelfkritiek


De vrouw staat op het gras.
De vrouw? De vrouw? Is het niet laf om te doen alsof dit niet over mij gaat?
Ik kan de vrouw natuurlijk ook gewoon een naam geven. Anne-Claire. Of Mirjam. Maar ja, bij namen krijg ik meteen bepaalde types in mijn hoofd en die lijken niet op de vrouw. Op mij dus.

Ze dribbelt.
Raar woord. Is dat niet eigenlijk een basketbalterm? Snappen de lezers (of toehoorders) wel wat de vrouw (ik) staat (sta) te doen? Ik zou natuurlijk kunnen uitleggen dat het zich afspeelt tijdens een warming-up voor een schrijfworkshop op Buitenkunst. Maar hoe moet dat dan voor de lezers (toehoorders) die niet weten wat Buitenkunst is? Onzin Jet! Je bént hier op Buitenkunst. Je hoeft echt aan niemand uit te leggen wat Buitenkunst is.

Linkervoet, rechtervoet, linkervoet, rechtervoet.
Pfff. Lijkt wel of dit uit Sesamstraat komt. Nou ja. Verder schrijven maar..

Ze dribbelt nergens heen.
Is het wel nergens “heen”? Of is nergens “naartoe” beter?

Niet vooruit, niet achteruit, de vrouw blijft gewoon op één plaats.
Hallo! Denk je soms dat je lezers (toehoorders) achterlijk zijn? Dat je wel heel dui-de-lijk-moet-uit-leg-gen wat nergens heen (of nergens naartoe) betekent?
Ik zou wat kunnen schrappen natuurlijk. ‘Kill your darlings’ heet dat. Maar dan zou het wel een ‘darling’ moeten zijn en zo briljant is dat zinnetje nou ook weer niet.

Haar billen schudden mee op het ritme.
Wat is eigenlijk de verleden tijd van schudden? Schudden? En hoeveel d’s heeft dat dan?

Haar borsten schudden mee op het ritme.
Schudden borsten eigenlijk? Is dat niet deinen? Of hobbelen?
Nee. Schudden. Als de billen schudden, schudden de borsten ook. Klinkt beter.

Haar buiken schudden mee op het ritme.
Deze moet ik echt even uitleggen. Omdat er al twee keer schudden staat (en bovendien met een woord met een B ervoor, maar dat terzijde), vind ik het lelijk om dan ineens schudt te zeggen, als in “haar buik schudt mee op het ritme”. Dus nam ik de dichterlijke vrijheid om er “haar buiken schudden” van te maken. Geintje van de schrijfster, van mij dus. En bovendien ben ik geen 20 meer, dus helemaal onwaar is het ook niet.

“Het is tijd voor een nieuwe BH”
Is het BH? Of beha? De lezer ziet dat verschil. Maar de toehoorder hóórt het niet.
Trouwens hoort de toehoorder ook niet dat deze laatste en dus zeer belangrijke zin tussen aanhalingstekens staat, wat betekent dat dit een gedachte van de vrouw (van mij dus) is. En in werkelijkheid heb ik die gedachte vervolgens zonder erbij na te denken hardop uitgesproken. Waarop Jikke (dat is Ikke met een J) die naast mij stond te dribbelen, zei dat dát een goed onderwerp voor de schrijfworkshop zou zijn. Met dank aan Jikke dus. Die overigens haar eerste kindje verwacht. Wat hier dan weer helemaal niets mee te maken heeft. Behalve dan misschien dat zij de beeldspraak van de buiken niet snapte. Wat dan weer komt doordat zij nog nooit bevallen is.

 

 

zaterdag 13 december 2014

Binnenkort (niet meer) in dit “theater”

Vrijdagavond, naar het theater. Een spetterende, gelauwerde voorstelling van een ambitieuze amateurvereniging in Den Haag. Zij spelen in het “theater” dat ooit bedoeld is geweest voor alle verenigingen in de stad. De meeste van deze verenigingen hebben de afgelopen jaren dit “theater” de rug toegekeerd en hebben hun heil elders gezocht. Deze (relatief) nieuwe vereniging niet.

We komen binnen. Rechts is de bar en boven die bar hangt een groot bord, waarop met grote letters ‘Kassa & Kaarten’ staat. Een stel, niet bekend in dit “theater”, loopt naar de jongedame achter de bar en vraagt naar hun reservering. De jongedame reageert met een geërgerde blik dat ze niet bij haar maar dáár (wijst onverschillig naar een tafeltje in de foyer) moeten zijn. Op hun vraag waarom dat bord boven de bar er dan hangt, is het zuchtende antwoord dat het vanavond geen ‘eigen productie’ is. Het stel vervoegt zich vervolgens in lichte verwarring naar de tafel waar de kaartverkoop plaatsvindt.

Voor de voorstelling. De jongedame achter de bar neemt een microfoon in de hand en vertelt het publiek wat er van hen verwacht wordt.
Of eigenlijk, vooral wat er niet verwacht wordt. Wat verboden is.
Wat niet mag in dit “theater”.
Niet fotograferen, niet telefoneren, niet weggaan om te plassen want dan mag je niet meer terug de zaal in. Op zich allemaal logische en begrijpelijke mores in een theater.
De monotone manier waarop de jongedame achter de bar het verhaal brengt, roept nogal wat reacties op. De vraag of er nog wel gelachen of geapplaudisseerd mag worden, hangt in de hele foyer in de lucht.

Na de voorstelling. Enthousiaste reacties, felicitaties aan spelers en regisseur klinken overal. Fijne sfeer. Wijn, bier en frisdrank vinden gretig aftrek bij de bar.
Er heerst dan ook verbazing onder de nog in groten getale aanwezige gasten als de jongedame achter de bar laatste ronde aankondigt.
Dat doet de jongedame overigens persoonlijk. Niet vanachter de bar, maar ze gaat langs bij diverse groepjes om haar boodschap te brengen. De vriendin waarmee ik op dat moment sta te praten, vraagt aan de jongedame waarom de bar op dit relatief vroege tijdstip wordt gesloten.
“Dit is een jeugdtheaterschool, geen bar” is het bitse antwoord.
Er ontstaat een kleine, wat onaangename discussie over waar we nou precies zijn, want wij waren toch in de veronderstelling dat we door de vereniging in een theater waren genodigd.
De jongedame blijft bij haar standpunt. “Dit is een jeugdtheaterschool”.
Dat was haar oordeel en daar hadden we het mee te doen.

Terwijl ik mijn laatste ronde nuttig, sta ik met anderen te praten en ik vertel hen dat ik me helaas nog altijd niet welkom voel in dit “theater”. Terwijl ik sta uit te leggen wat er is voorgevallen, staat plotseling de jongedame achter de bar naast me.
Of ik nog wat te drinken wil bestellen. Huh? De bar was toch dicht?
 “Ja, maar dat vond u toch zo vervelend? En dan nog wat, vindt u het nodig om hier aan deze mensen te vertellen over het gesprek dat wij zojuist hebben gehad? Waarom vertelt u dat aan deze mensen?”  Ze kijkt me dwingend aan. Blijft staan. Wacht op een antwoord.

Verbijsterd. Stupéfait. Flabbergasted.
Als ik meer talen sprak, zou ik meer woorden kunnen vinden. 

Het verhaal eindigt hier. Ik heb geen woorden meer, in welke taal dan ook, voor de bejegening die ik als bezoeker van een voorstelling heb ervaren in dit “theater”.
En dan heb ik het nog niet eens over de tijd dat ik daar met mijn vereniging mocht spelen.
Maar goed, het is dus blijkbaar geen theater.
Het is een jeugdtheaterschool.




vrijdag 24 oktober 2014

Mijn Paarse Krokodil

Stel, je koopt een jas.
De volgende dag zie je op internet dat jouw nieuwe jas op de website van het desbetreffende merk wordt aangeboden voor de helft van de prijs.
De dag dat je de jas kocht, viel midden in de periode van de 'Mid-season Sale'.

Wat doe je dan?
Je checkt en checkt en checkt of het echt wel dezelfde jas is.
En of de aanbieding niet alleen op internet geldt, maar ook in de winkel.
Dat is het geval. Alles klopt. Of liever, klopt toch niet.
De jas klopt wel, het merk klopt wel, de aanbieding klopt wel, maar de prijs die je er gister voor hebt betaald klopt niet.

Wat doe je dan?
Dan ga je terug naar de winkel. Met de jas (aan) en de bon en de afgeknipte maar gelukkig niet weggegooide labeltjes van de jas (in je hand).
En je legt de verkoopster uit wat er niet klopt. De prijs, namelijk.

Dan is dat dus vast een andere jas.” verzucht de verkoopster.
Nee, het is dezelfde jas.” reageer je vriendelijk maar beslist.
Dat kan niet.”
Het is echt dezelfde jas. Heeft u hier de folder van jullie 'Mid-season Sale'?”
Nee.” (...)
Dan zoek ik het wel even op internet.”

Op je I-Phone laat je de verkoopster de website van haar werkgever zien met de afbeelding van de jas. 
Met daaronder de van/voor aanbieding.
Exact dezelfde jas die je aan hebt en die je gister in deze winkel hebt gekocht.
Waar je (ongeveer) twee keer zoveel voor hebt betaald dan op de website staat.

Het is even stil.
Dat kan niet kloppen. Heeft u de labeltjes nog? Voor het codenummer.”
Je overhandigt de labeltjes.
Verkoopster toetst op een computerinformatiesysteem het codenummer van je jas in. Vergelijkt deze vervolgens met het codenummer van de aanbieding op de website.

Het is dus wel een ander codenummer.”
Ja, dat kan wel zo zijn. Maar het is dezelfde jas.”
Mevrouw, als het een ander codenummer is, is het een andere jas.”
Maar u ziet toch ook zelf dat het precies dezelfde jas is?”
Als het een ander codenummer is, is het niet dezelfde jas. Ander codenummer, andere jas. Niet de jas van de Mid-Season Sale, maar een andere jas.”
Maar het is dezelfde jas.”
Volgens het systeem niet.”

Vul hier de repeterende plaat in.
Jij herhaalt dat het dezelfde jas is.
Verkoopster houdt vol dat het codenummer aangeeft dat het een andere jas is.

Uiteindelijk krijg je, zuchtend en zonder enig begrip, gelijk. 
Nou ja, je krijgt in ieder geval (ongeveer) de helft van het betaalde bedrag terug.
Maar je kan helemaal niets doen aan het feit dat de verkoopster van deze Esprit-winkel in Den Haag vanavond aan tafel aan haar gezin vertelt dat ze een hele lastige klant had vandaag.


De Paarse Krokodil is een commercial (2005) van een verzekeringsmaatschappij 
https://www.youtube.com/watch?v=mJipJwDPJ-g




donderdag 14 augustus 2014

STRAKS VAL IK

De trap op. Ik zie alleen maar de natte blauwe broek van de jongeman voor mij.
Stapje voor stapje bereik ik het hoogste punt.
Mijn beurt.
De smalle plank lijkt eindeloos. Mijn benen trillen en mijn hart klopt in mijn keel.

Ik sta.
Ik verkramp.
Geen idee waarom ik hier sta.
Of hoe lang ik hier sta.
Ik wil terug.
Durf al helemaal niet terug.

Straks val ik.
Straks val ik.
Straks val ik.
Straks val ik.

Wacht.
Dat is de bedoeling.
Dat ik val.
Dat ik hier vanaf val.
Dat ik hier vanaf…..spring?!?

Ik verdwijn onder water. Kom weer boven.
Dit was de eerste en de laatste keer dat ik ooit van een hoge duikplank sprong.


donderdag 7 augustus 2014

Spijt

Daar kom je aangelopen. Flesje wijn, olijven en andere lekkernijen in je tas. Jurkje aan, opgemaakt. 
Je hebt er duidelijk zin in. Laatste avond Buitenkunst, altijd gezellig, toch?

Je nadert onze tafel. Onze tafel. De tafel van de dansgroep. Dat hebben wij namelijk zo afgesproken. Met z'n allen aan een grote tafel. Geen buitenstaanders.
Huh?!? Wat?!? Geen buitenstaanders?
Dat bestaat hier toch niet? Toch niet op mijn favoriete vakantieplek?

Ik zwijg. Ik weet niet waarom. Maar ik zwijg.
Zwijgend sta ik toe dat jij niet aan onze tafel mag komen zitten.
Zwijgend zie ik je weglopen.
Zwijgend voel ik je teleurstelling, je verdriet.
Zwijgend draai ik me weer om en vier de laatste avond van de vakantie.

De volgende ochtend loop ik naar je tent. De gele plek op het veld vertelt me dat ik te laat ben.
Te laat voor een kus en een knuffel. Te laat om sorry te zeggen.

Het spijt me, lieve Claire. Het spijt me nog steeds.  

donderdag 31 juli 2014

Doornroosje

Liefste Prins,

Waarom anders? Hoezo anders? Jij zegt andere herinneringen te hebben. Maar dat kan je helemaal niet weten. Jij bepaalt toch niet wat mijn herinneringen zijn? Het is toch niet aan jou om mijn herinneringen en gevoelens te weten, te vormen, te voelen? Jij denkt in je eigen unieke wereld te leven waarin geen plaats is voor mij. Of voor mijn herinneringen.
Jouw fantasie mag dan grenzeloos zijn, maar ik heb ook recht op mijn eigen wereldbeeld. Toch?

Ik ben moe. Ik ga slapen. Heel lang slapen.
Morgen kom ik terug.
Zullen we dan opnieuw beginnen?
Liefs,

Je Roosje

De hel

Toen jij Christine leerde kennen, was ik blij voor je. Ik zag je voor het eerst sinds mama’s dood weer lachen. Natuurlijk vond ik het ook wel een beetje lastig, iemand anders naast je dan mama, dat weet jij ook. Maar jouw geluk stond, staat, voorop.
Altijd. Voorop. Jouw geluk.
Iedereen weet dat Christine zo’n goed mens is. Ik zie dat ook. Iedere zondag naar de kerk, het vrijwilligerswerk dat ze doet, de zorg voor haar oude tante. Ze waakt over jou als een leeuwin over haar welp en jij doet in haar ogen niets verkeerd. Helemaal niets. Wat een vrouw.
Wat niemand weet is hoe ze mij behandelt. Wat ze tegen mij zegt als niemand het kan horen.
Hoe ze me begluurt en me continu direct en indirect laat weten, laat voelen dat ik alles verkeerd doe.
Alles.

Dat ik van die hoerige kleren draag.
Dat ze niet begrijpt wat me bezielt als ik met vriendinnen naar de sauna ga.
Dat het haar helemaal niet verbaast dat ik nog niet de ‘juiste man’ ben tegen gekomen.
Dat ik teveel zout in de groente doe.
“Naar de hel ga je”, siste ze me gister toe terwijl ik de tafel afruimde. “Naar de hel!”
Ze stond zo dicht bij me dat ik bijna misselijk werd van de geur van de poeder waarmee ze haar gezicht dichtsmeert. De bloedkoraaltjes rinkelden aan hun gouden hangertjes aan haar oorlellen. Ze keek me strak aan met haar kille kippenogen, haar mond in een strakke rode lijn, haar lippen bewogen nauwelijks.

Op dat moment wist ik het ineens. Ze heeft gelijk, papa.
Ik ga.
Naar de hel.